In de voortdurende zoektocht naar het beste wat muziek te bieden heeft word je soms geholpen door een vriend, tv, radio, of een onverwachts optreden. In dit geval werd ik naar de bron van mijn nieuwe ontdekking geleid door een button op de jas van Johnny Rotten.
Eind jaren zeventig verslond ik alle berichten over de zanger van The Sex Pistols en Public Image Ltd. Op één van de foto’s die ik op mijn muur geprikt had droeg Johnny een button met de tekst ‘Steel Pulse’. Geen idee wat het was, maar ik moest en zou er het mijne van weten.
Johnny bleek een groot liefhebber van reggae. Ik kende Bob Marley maar ik was niet heel erg onder de indruk van zijn muziek. Maar toen ik uiteindelijk de muziek van Steel Pulse hoorde werd alles anders. Dat sprak gelijk aan, en er was dus meer dan ‘No Woman No Cry’. Dieper graven in de reggaeplatenbakken, veel luisteren. En dan thuiskomen met opgedoken parels zoals Steel Pulse, Black Uhuru, Burning Spear, Linton Kwesi Johnson en Ini Kamoze.
Voor het ontdekken van de wat obscure dubreggae werd ik geholpen door het jarentachtig radioprogramma Spleen waarvan ik steevast het reggaekwartiertje opnam op de oude spoelenrecorder. Er gaat inmiddels geen zomer meer voorbij zonder die luie Jamaicaanse tonen. Soms dagen achtereen. En dat allemaal door die onruststoker Johnny Rotten.
Eind jaren zeventig verslond ik alle berichten over de zanger van The Sex Pistols en Public Image Ltd. Op één van de foto’s die ik op mijn muur geprikt had droeg Johnny een button met de tekst ‘Steel Pulse’. Geen idee wat het was, maar ik moest en zou er het mijne van weten.
Johnny bleek een groot liefhebber van reggae. Ik kende Bob Marley maar ik was niet heel erg onder de indruk van zijn muziek. Maar toen ik uiteindelijk de muziek van Steel Pulse hoorde werd alles anders. Dat sprak gelijk aan, en er was dus meer dan ‘No Woman No Cry’. Dieper graven in de reggaeplatenbakken, veel luisteren. En dan thuiskomen met opgedoken parels zoals Steel Pulse, Black Uhuru, Burning Spear, Linton Kwesi Johnson en Ini Kamoze.
Voor het ontdekken van de wat obscure dubreggae werd ik geholpen door het jarentachtig radioprogramma Spleen waarvan ik steevast het reggaekwartiertje opnam op de oude spoelenrecorder. Er gaat inmiddels geen zomer meer voorbij zonder die luie Jamaicaanse tonen. Soms dagen achtereen. En dat allemaal door die onruststoker Johnny Rotten.
Reacties
Een reactie posten